Welkom in het virtuele Amsterdamse Philipsmuseum, via deze site kunt u zien wat er zich in de echte collectie bevindt,

LASERDISC/VIDEO/CD/CDi/DVD

VIDEO: Nadat AMPEX zo rond 1957 met een professionele beeldbandopname- en weergavemachine op de markt kwam kon Philips natuurlijk niet achterblijven maar kwamen toch vrij laat in 1964 met een semiprofessionele machine de EL3400 op de markt die toendertijd in guldens bijna 10.000,= (€ 22037,10) moest kosten. Deze machines waren echter veel te duur voor de consument en dat goldt ook voor de
el3402 uit 1968 maar voor de consument kwam er een draagbare versie in 1969
de ldl1000 en in 1970 de ldl1200 Al deze machines namen op in Zwart/Wit ook al waren er wel aanpassingsapparaten waarmee je in kleur kon opnemen. Ondanks dit feit waren het toch echter lastige machines om mee om te gaan vanwege de losse spoelen en de grote doorbraak kwam in 1971 toen de N1500 op de markt kwam die werkte met Videocassettes en dus veel makkelijker te bedienen waren.
echter de speelduur was beperkt tot 60 minuten per cassette dus had je voor een speelfilm twee cassettes nodig en deze waren niet echt goedkoop namelijk zo rond de 100 gulden (€ 220.37) per cassette!
De N1500 werd al snel opgevolgd door de langspeler N1700
 die met dezelfde cassettes werkte maar dan langer kon opnemen.
Alhoewel de beeldkwaliteit van deze machines meer dan uitstekend was kampten ze toch met veel kinderziekten en werden nooit echt populair.
Ondertussen ging de ontwikkeling van videorecorders bij Philips door en kwam men zo rond 1980 op de markt met het revolutionaire VCC2000 systeem, waarmee je maar liefst 2x4 uur met omkeerbarre cassettes kon opnemen.
De beeldkwaliteit van deze machines was superieur aan die van de concurenten Sony (Betamax) en JVC (VHS), echter de toenmalige directie bij Philips verordoneerde dat er op de VCC cassettes geen pornografisch materiaal mocht worden uitgebracht terwijl de concurrenten daar niet moeilijk over deden en dit betekende de doodsteek voor het systeem. Bovendien waren lege cassettes vrij prijzig in tegenstelling tot de Betamaxbanden (ook niet echt goedkoop) en de VHS banden die vaak al voor een paar gulden te koop waren. Toch zijn er van het VCC systeem vrij veel modellen van eenvoudig tot superluxe (Matchline) in de handel geweest. Philips stopte de produktie van VCC machines in 1982 en ging vervolgens over op de produktie van VHS en SVHS machines, waarvan de VR550 het laatste type (2008-2010) is.

 

LASERDISC ofwel BEELPLATENSPELER/CD spelers: Nadat Philips zo rond 1974 de beeldplatenspeler  had ontwikkeld kwam een technicus bij het NatLab er achter dat het geluid bijzonder goed klonk omdat bij het aftasten van de beeldplaat laserlicht   werd gebruikt traden er nauwelijks storingen op en bleek het systeem ongevoelig voor al te grote krassen. In de 30'er jaren echter was door ing. Miller (een Amerikaan) het Philips-Miller optisch opname- en weergavesysteem ontwikkeld eigenlijk dus de voorloper van de Compact Disc. Om een uitleg over dit systeem te horen klik HIER!
In 1983 was het dan zover en kwam Philips met veel tromgeroffel met hun eerste CD speler de CD100
een nog steeds oerdegelijke machine maar wel een bovenlader en dat kon soms lastig zijn.
Al snel werd deze machine opgevolgd door de CD102 met een frontlade echter net zoals de CD100 zonder afstandsbediening. De CD104 was de eerste opvolger met een volwaardige afstandsbediening en maakte inbouwen door de frontlade veel makkelijker.
Sindsdien zijn er vele typen op de markt gebracht al dan niet in combinatie met het een of ander.

CDi/COMPACT DISC INTERACTIVE: Na de ontwikkeling van de beeldplatenspeler/laserdisc die werkte met platen van 30cm doorsnede kwam men op het idee om het formaat van de Compactdisc (12cm in doorsnee) te gebruiken om hier ook beeld en geluid op te zetten.
Dit resulteerde in de CDi waar de i staat voor INTERACTIVE. In eerste instantie werd gedacht aan instructiecd's voor bedrijven, maar het systeem leende zich ook uitstekend voor spelletjes en bewegende beelden in goede kwaliteit.
De eerste CDi speler werd in 1991 gedemonstreerd in het NatLab het jaar waarin Philips 100 jaar bestond (1891-1991).
Op deze disc stond in 2 talen (Nederlands en Engels) de geschiedenis van Philips in beeld en geluid en kon de gebruiker d.m.v. van een muis bepaalde activiteiten starten.
In 1995 werd het systeem in Nederland (Amerika was eerder aan de beurt) in de handel gebracht.
Er was echter een nadeel en dat was dat men videocd's niet zomaar kon afspelen, daarvoor had je een speciale cartridge nodig ofwel een DVC (Digital Video Cartridge).
Sommige duurdere apparaten zoals de CDi450 die zowel in het Philipsmuseum Amsterdam en het Guggenheimmuseum New York te bewonderen valt was wel voorzien van deze cartridge en speelde dus zonder problemen videocd's af (tip sommige videocd's zijn ook op dvd spelers af te draaien echter CDi CD's kunnen alleen in een CDi speler worden gebruikt).
Een nadeel van videocd's net als bij de Beeldplaten/Laserdiscplaten was toch weer de beperkte speelduur van 60 minuten.
De beeldplaat kon je nog omdraaien net zoals bij een grammofoonplaat, echter bij de videodisc had je voor een normale speelfilm toch weer 2 schijfjes nodig.
Ook bleek soms bij grotere TV toestellen de beeldkwaliteit (VCD 320x240 en SVCD 640x480) niet echt optimaal.

DVD: Door verbeterde lasertechnieken bleek het mogelijk de laserstraal zodanig te verkleinen dat er op een disc meer capaciteit te verkrijgen was en een enorme verbetering van het beeld!
Waar bij de videodisc de opslaggrootte beperkt was tot maximaal 700Mb (60 minuten) bleek bij de DVD de capaciteit tot maar liefst tot 4,7Gb vergroot te kunnen worden, voldoende om een speelfilm van 90 minuten in hoge resolutie op te kunnen slaan. Dit wordt ook wel DVD5 genoemd.
Door de lasterstraal nog meer te verkleinen ontwikkelde men dubbellaag DVD's met een capaciteit van ruim 8Gb waarmee je zelfs een speelduur van 240 minuten kan krijgen. Dit wordt ook wel DVD9 genoemd.
Overigens zijn er ook DVD recorders in de handel waarmee je zelfs tot 6 uur kan opnemen, hierbij wordt echter het beeld wel sterk gecomprimeerd maar valt dat in de praktijk niet echt op.

DVD Blu Ray (voor een uitleg over het BluRay systeem klik HIER!): Met de komst van bijv. Plasma, LCD en LED schermen die een hoge resolutie aan kunnen werd het tijd voor een verbetering van het DVD systeem.
Van de 2 systemen ofwel HD-DVD en BluRay DVD heeft het laatste systeem (mede ontwikkeld door Philips) het pleit gewonnen. Een BluRay DVD heeft een capaciteit van 25 tot 50Gb en is geschikt voor de allerhoogste kwaliteit in beeld en geluid.

Waar dit allemaal zal eindigen durf ik niet te zeggen, maar voorlopig is men op dit gebied nog niet uitontwikkeld.

Bekijk hier de hoogtepunten uit de Philips Video/CD/LD/DVD techniek.

Apparaten in de Philipsmuseum Amsterdam collectie (deze lijst is nooit compleet ofwel beperkt overzicht):
VIDEORECORDERS: N1500-VR550-VR710-DVP3350
CDSPELERS: AK601-AZ8320-FWC320-FWC530-MZ153
CDi SPELERS: CDi205-CDi210-CDi450
DVD SPELERS/RECORDERS: DVDR70-DVDR610-DVR160A-DVD710-HTS3020-HTS3100-PDV5001-MCD510-DVD2000-SPDVD3000-SPDVD3200-SPDVD3500-PQM2009-DVP3120
BluRay: BDP3000

Helaas is door private omstandigheden het museum beperkt te bezoeken!

terug naar hoofdpagina of naar overzicht

©1975-heden Philipsmuseum Amsterdam. Oprichter en conservator Claudius Wendrich. De op deze pagina's gebruikte beeldmerken zijn auteursrechtelijk beschermd en mogen zonder toestemming niet gebruikt worden op internet, drukwerken, emailcorrespondentie e.d. zoals vastgelegd in de Merkenwet 1912 en de Wet op de auteursrechten art. 31 en 32.