
Welkom in het virtuele Amsterdamse Philipsmuseum, via deze pagina kunt u zien wat er zich o.a in de echte collectie bevindt.
RADIO
Als Philips in 1918 in opdracht van radiopionier Jhr. Idzerda Steringa eem 100-tal radiolampen vervaardigt kan men nog niet bevroeden dat Philips al snel de grootste radioleverancier ter wereld zou worden.
Het begint als Philips in 1926 te N.S.F. ofwel de Nederlandsche Seintoestellen Fabriek in Hilversum over neemt alwaar men met de productie van Plaatspanningsapparaten begint die de gebruikelijke accu's konden vervangen.
In Eindhoven was men al voorzichtig met de productie van radiolampen begonnen en kwam men op het idee ook radiotoestellen te gaan maken.
Ir. L. (Louis) J. Kalff ontwerpt het eerste toestel de 2501 in 1927 en in september van datzelfde jaar kwamen in Hilversum! de eerste toestellen van de band.
Dit toestel bestond echter nog uit verschillende componenten waaronder het bovengenoemde plaatspanningapparaat voor de voeding, het ontvangstgedeelte (de eigenlijke radio) en een los leverbare luidspreker waarvan Philips inmiddels al diverse modellen in de handel bracht.
In 1928 kwam na een bezoek van Anton Philips in Amerika het eerste "All-in-one" toestel type 2511 in de handel waarbij je alleen nog een losse luidspreker(kast) bij nodig had.
Dit was al een enorme vooruitgang in plaats van het gedoe met draden en stekkers.
Echter was dit een commercieele zet van Philips die anders natuurlijk nooit meer van hun losse luidsprekers dachten af te komen.
In 1930 was het dan zo ver en kwam het eerste toestel met ingebouwde luidspreker in de handel en Philips zal dan tot in de jaren 70 van de 20e eeuw radiotoestellen met (electronen)buizen blijven produceren.
In datzelfde jaar komt Philips ook met een radiogrammofooncombinatie op de markt waarvan type 2815 geschikt was om zelf (aluminium) plaatjes mee op te nemen, dit apparaat wordt ook wel de Philigraaf genoemd.
.jpg)
In 1934 komt men met de eerste autoradio en in 1937 komt men met de revolutionaire Monoknop type 890A .jpg)
waarbij de afstemfunctie en geluidsregeling in 1 knop zijn verwerkt. Type Monoknop 752A zal zelfs op veler verzoek tot 1940 in
de handel blijven.
In 1938 komt men met het Linodyne (op de foto verkeerd gespeld!)drukknopsysteem ofwel met 1 druk op de knop meteen de juiste zender.
Bekijk HIER diverse toestellen en grammofoons.
Aan de ontwikkelingen lijkt geen einde te komen totdat de Tweede wereldoorlog roet in het eten gooit.
Een van de laatst in de handel gebrachte radios is de luxe radiogrammofoon 907A eind 1940 (Nederland is dan al bijna 7 maanden onder Duitse bezetting) en de 845A
uit 1941 en in 1942 valt de productie geheel stil.
Eind 1944 komt uit concentratiekamp Vugt mondjesmaat de 209U
gebaseerd op de 203U met dezelfe buizenbezetting
uit.
Als Limburg en Brabant ofwel de Zuidelijke Nederlanden als eerste door de Amerikanen bevrijd worden komt in de zwaar beschadigde Philipsfabrieken in Eindhoven de productie mondjesmaat weer op gang en al snel komt de "Luistervink"
voor bevrijd Nederland in de handel.
Al in 1946 is het productiepeil weer het zelfde als voor de oorlog.
In 1950 komt de eerste FM radio de BX700A
in de handel, waarmee een heel nieuw tijdperk in de radiotechniek ingeluid zal worden. Verder maakt Philips naast pompeuze radiomeubels ook kleinere radios voor de smalle beurs maar ook draagbare radios zoals de LX444AB
uit 1954 waar echter nog steeds electronenbuizen in verwerkt
zitten.
De Amerikanen zitten echter niet stil in de technische ontwikkeling en als daar men zo rond 1950 de transistor ontwikkeld betekend dat een enorme omslag in de techniek! Toestellen kunnen kleiner gemaakt worden, zijn bovendien energiezuiniger en een transistor is minder gevoelig en kwetsbaar dan de radiobuis.
Philips bekijkt deze ontwikkeling met wantrouwen ook al was het vanwege de enorme buizen industrie die men in de loop der jaren had opgebouwd.
In 1957 komt dan uiteindelijk de All-Transistor type L3X71T
in de handel omdat men in Eindhoven beseft dat het bedrijf deze ontwikkeling toch niet tegen kan houden. Deze oerdegelijke toestellen waarvan er zich 2 exemplaren plus opvolgers in de Philipsmuseum Amsterdam collectie bevinden spelen heden ten dage (vermits je er batterijen in doet en aan zet) nog steeds zonder dat ze ooit gerepareerd zijn hetgeen
de betrouwbaarheid van Philips producten uit de tijd eens
te meer bewijst.
Het eerste volledig van transistoren voorziene tafelradiotoestel de B5W32AT komt in 1965 op de markt, maar zoals eerder vermeld blijft Philips ook nog steeds radios en radiomeubels met electronenbuizen produceren tot in 1971 uiteindelijk het laatste type van de band af komt en dus het einde van het buizentijdperk* betekend.
<B5W32AT (AT staat voor All Transistor) uit 1965
In de loop der jaren heeft Philips een enorme verscheidenheid aan radiotoestellen in de handel gebracht in alle soorten en maten en in de Philipsmuseum Amsterdam collectie bevinden zich dan ook ruim 200 radiotoestellen van 1926 tot heden waarvan de retroradio de AE2730 (nieuwprijs € 80,=!)
uit 2009 een prachtig voorbeeld van design is!
*Nu is dit niet helemaal waar, zo rond 2007 brengt Philips een Hifi Design set in de handel waarin wel degelijk electronenbuizen in geplaatst zijn en kwam in juli 2010 met de opvolger de MCM906/12
klik HIER voor PDF.
terug naar hoofdpagina of naar overzicht of naar Clauds geluidsarchief
©1975-heden Philipsmuseum Amsterdam. Oprichter en conservator Claudius Wendrich. De op deze pagina's gebruikte beeldmerken zijn auteursrechtelijk beschermd en mogen zonder toestemming niet gebruikt worden op internet, drukwerken, emailcorrespondentie e.d. zoals vastgelegd in de Merkenwet 1912 en de Wet op de auteursrechten art. 31 en 32.